'Patty geeft woorden aan wat ik voel.'
- Floor, donorkind

Toen ik hoorde dat ik donorkind ben, schreef ik mijn verhaal op. Terwijl ik dat deed kwam ik erachter dat er heel veel mensen zijn zoals ik: mensen die er op volwassen leeftijd achter komen dat ze donorkind zijn en daar mee om willen leren gaan, terwijl ze in hun zoektocht naar zichzelf worden gehinderd.

Daarom zocht ik een uitgever. Het resulteerde in de uitgave van mijn boek Schepsel.

Ik hoopte dat veel mensen zich in het verhaal zouden herkennen en hier steun aan zouden ontlenen. En uit de reacties blijkt dat ook zo te zijn!

Schepsel

November 2024, uitgeverij Brooklyn. Literaire non-fictie.

In 2022 hoort Patty dat zij donorkind is. Haar biologische vader is de inmiddels overleden vruchtbaarheidsarts van haar ouders. Haar familie wil hier niet over praten, terwijl Patty haar wortels juist wil onderzoeken. In de ontmoetingen met haar halfbroers en halfzussen vindt zij puzzelstukjes die haar eindelijk spiegelen wij zij eigenlijk altijd al is geweest. Ondertussen houden alle spelers in donorkindland de deksels op de doofpotten.

Schepsel is een verhaal over liefde, over veerkracht, over familie, over loyaliteit en over identiteit.

Je kunt je herkennen in de thema's van het boek als je donorkind bent of een donorkind in je omgeving hebt. Maar ook geadopteerden, mensen met voorkinderen en andere niet-klassieke gezinsvormen, mensen met familiegeheimen of die jarenlang zelf een geheim waren of in een zwijgcultuur opgroeiden.

Schepsel is te koop in boekenwinkels in Nederland en België, te leen in diverse bibliotheken in Nederland en exclusief te beluisteren op Storytel.

Idee: vanwege de leesbaarheid kiezen middelbare scholieren Schepsel graag voor hun leeslijst!

Fragment uit Schepsel

'Kyra klimt het zwembad uit en met een flesje shampoo in mijn hand loop ik met haar naar de douche.

Vlak bij me staat een jongeman. Hij is me al eerder opgevallen. Iedere week zie ik hem bij de zwemles van Kyra en blijft mijn aandacht even bij hem hangen.

Terwijl de kinderen het chloorwater van zich afspoelen, probeer ik onopvallend naar hem te kijken. Ik zie iets in zijn gestalte en in de vorm van zijn gezicht waardoor mijn ogen langer op hem blijven rusten dan normaal bij een onbekende.

Hij lijkt een beetje op Geert.

Soms wierp ik een blik op hem en keek ik vervolgens weer weg, terwijl mijn gedachten op volle toeren draaiden. Soms als ik hem zag, realiseerde ik me dat ik in de tussentijd een paar keer aan hem had gedacht.

Nu staan onze kinderen naast elkaar. Hij heeft nog een kleintje bij zich, die aan zijn been hangt terwijl ze op haar zus wacht. Ik kijk naar haar. Het is net een kleine Flora.

‘Mag ik jou misschien iets vragen?’

Het duurt een moment voordat hij doorheeft dat ik tegen hem praat.

‘Ik heb het idee dat ik je ergens van ken. Hebben we misschien op dezelfde school gezeten?’

De jongeman glimlacht. Het blijkt niet zo te zijn. We proberen uit te vinden of we elkaar ergens anders van kennen. Of we opgroeiden in dezelfde buurt, of we meededen aan dezelfde vakantieactiviteiten, of we een sport of andere interesse deelden, en zelfs of hij Benno kent.

Ik vertel hem mijn volledige naam en hij vertelt mij die van hem. Het gesprek gaat verrassend vlot. We komen erachter dat onze paden zich waarschijnlijk niet eerder hebben gekruist.

Ik kijk hem nog even aan. ‘Nou, oké, dat kan ook, natuurlijk. Toch leuk dat je probeerde uit te vinden of het zo was.’ Hij lacht weer. Ik ken die lach. ‘Is goed, joh.’

Het kan zijn dat hij een van de verwanten is die niet weten dat ze donorkind zijn, of geen behoefte hebben aan contact. Maar of dat zo is, zal ik niet te weten komen.'